Appelwafels krijgen hun smaak in dit recept van geraspte appel in het beslag, met een kleine hoeveelheid kaneel. Dat geeft een zachte wafel met fruit door de hele kruim. Je hoeft de appel niet eerst te bakken. Wel is het belangrijk dat je geen grote plassen appelsap aan het beslag toevoegt: daardoor wordt het midden moeilijker gaar.
Hieronder maak je ongeveer 8 middelgrote wafels. De appel zorgt voor vocht en een beetje eigen zoetheid, terwijl bloem en ei het beslag bij elkaar houden. Het resultaat lijkt meer op een zachte ontbijtwafel dan op een knapperig koekje. Met de juiste baktijd kunnen de buitenste randjes wel mooi kleuren.
Ingrediënten en bereidingstijd
Voor ongeveer 8 wafels heb je 15 minuten voorbereiding en circa 25 minuten baktijd nodig: 40 minuten totaal. Dit gaat uit van 2 wafels per ronde en ongeveer 5–6 minuten bakken per ronde. Een ijzer met 1 bakvorm of heel diepe platen vraagt meer tijd.
- 250 g tarwebloem
- 8 g bakpoeder
- 40 g fijne kristalsuiker
- 2 g gemalen kaneel, ongeveer 1 theelepel
- 1 g zout
- 2 eieren, maat M
- 150 ml melk
- 50 g ongezouten boter
- 200 g geschilde appel zonder klokhuis
- Een beetje neutrale olie voor de platen, indien nodig volgens de handleiding
Voor 200 g schoongemaakte appel heb je doorgaans ongeveer 2 kleine appels nodig. Weeg het vruchtvlees na het schillen, omdat schillen en klokhuizen per appel verschillen. Zet ook een grove rasp, een garde, 2 kommen, een spatel en een rooster klaar.
Appelwafels maken
- Smelt de boter op laag vuur en laat deze tot lauwwarm afkoelen. Verwarm ondertussen het wafelijzer volgens de handleiding.
- Meng bloem, bakpoeder, suiker, kaneel en zout in een kom. Zorg dat de kaneel en het bakpoeder goed tussen de bloem verdeeld zijn.
- Klop in een andere kom de eieren los met de melk. Roer de lauwe boter erdoor. Gebruik geen hete boter, want die hoort niet rechtstreeks bij de rauwe eieren.
- Rasp het afgewogen appelvruchtvlees grof. Laat opvallend veel vrijgekomen sap weglopen, maar knijp de rasp niet helemaal droog. De appel mag sappig blijven.
- Roer de vloeibare ingrediënten kort door het bloemmengsel. Spatel daarna de appelrasp er gelijkmatig door. Het beslag hoort dik en schepbaar te zijn.
- Vet de platen zo nodig heel dun in. Verdeel een bescheiden portie beslag over iedere vorm en laat ruimte bij de randen. Appelrasp maakt het beslag minder vloeibaar, dus help het met een lepel iets uitspreiden.
- Sluit het ijzer en bak ongeveer 5–6 minuten. Controleer of de wafel goudbruin is en loslaat. Geef een bleke of nog slappe wafel langer de tijd.
- Leg de wafels afzonderlijk op een rooster. Controleer de binnenkant van de eerste wafel en pas de volgende bakronde zo nodig aan. Bak vervolgens het resterende beslag op.
Welke appel werkt goed?
Kies een stevige appel die friszoet smaakt, zoals Elstar of Jonagold. Een zuurdere appel geeft een frisser resultaat; met een zoete appel worden de wafels milder. De rasnaam is minder doorslaggevend dan de toestand van het fruit: een verschrompelde, melige appel geeft niet dezelfde fijne stukjes als een stevige verse appel.
Grof raspen verdeelt het fruit beter door het beslag dan grote blokken. Zo kan de appel meegaren zonder dat je op dikke, vochtige plekken moet wachten. Gebruik je toch blokjes, maak die dan heel klein. Grote appelparten horen bij dit recept boven op de gebakken wafel, niet tussen de bakplaten.
Appelmoes is geen rechtstreekse vervanger voor geraspte appel. De gladde structuur en het vochtgehalte veranderen de verhouding van het beslag. Houd daarom de 200 g rasp aan. Wil je liever fruit dat zich volledig door het beslag mengt, gebruik dan een passend recept voor wafels met geprakte banaan.
Voorkom vochtige of vastgeplakte wafels
Wafels met appel worden vanbinnen zachter dan wafels zonder fruit. Dat is op zichzelf geen probleem. Het verschil tussen zacht en ongaar zie je aan de kruim: die moet stevig genoeg zijn om uiteen te trekken, zonder glanzende strepen rauw beslag.
Is de buitenkant al donker terwijl het midden nat blijft, bak dan op een iets lagere stand en langer. Schep ook minder beslag per vorm. Meer hitte lost een te dikke, vochtige wafel meestal niet op. In de uitleg over een wafelijzer gebruiken vind je meer over vullen, voorverwarmen en het herkennen van een geschikte bakstand.
Losse appelstukjes kunnen aan de platen blijven kleven. Trek een wafel daarom niet met kracht los zodra je weerstand voelt. Laat hem eerst verder garen. Verwijder achtergebleven stukjes na het bakken op de manier die de fabrikant toestaat; bij een wafelijzer schoonmaken lees je hoe je dat doet zonder de baklaag onnodig te belasten.
Variaties zonder het beslag te overbelasten
Voor een appeltaartsmaak kun je 30 g rozijnen toevoegen. Week ze eventueel vooraf, laat ze grondig uitlekken en dep ze droog voordat je ze door het beslag spatelt. Voeg geen wekennat toe: de melk en appel leveren al vocht.
Een kleine hoeveelheid fijn geraspte citroenschil maakt de smaak frisser. Begin met 1 theelepel en laat de rest van de ingrediënten gelijk. Voeg liever niet tegelijk extra appel, rozijnen en noten toe; veel vulling maakt het moeilijker om een samenhangende wafel te bakken.
Aan tafel zijn naturel yoghurt, kaneel of wat poedersuiker voldoende. Voor een dessert kun je warme appelpartjes apart bakken en pas bij het serveren toevoegen. Laat wafels die overblijven los van elkaar afkoelen en verpak ze zonder topping. De praktische opties voor later opwarmen en invriezen staan in het artikel over wafels bewaren.



