Kwarkwafels hebben een zachte, enigszins cakeachtige binnenkant en een milde, frisse smaak. De kwark gaat door het beslag, samen met eieren, bloem en een beetje gesmolten boter. Er komt geen eiwitpoeder aan te pas. Met vanille en een bescheiden hoeveelheid suiker maak je een eenvoudige basis die zowel bij vers fruit als bij warme appel past.
Het beslag is vrij dik. Dat hoort bij dit recept: je schept het in het wafelijzer in plaats van het als dun pannenkoekenbeslag uit te schenken. Geef de kwarkwafels genoeg tijd om door en door te bakken. Door de buitenkant snel donker te laten worden, verdwijnt een natte binnenkant niet.
Ingrediënten voor ongeveer 8 kwarkwafels
Deze hoeveelheid levert ongeveer 8 middelgrote wafels op, afhankelijk van de diepte van de vormen. Voorbereiden duurt ongeveer 10 minuten, bakken ongeveer 25 minuten wanneer je 2 wafels tegelijk maakt. Reken dan op ongeveer 35 minuten totaal. Bak je 1 wafel tegelijk, houd dan rekening met meer rondes.
- 250 g naturel volle kwark
- 150 g tarwebloem
- 6 g bakpoeder
- 30 g fijne kristalsuiker
- 1 g zout
- 2 eieren, maat M
- 50 ml melk, plus eventueel 10–30 ml extra
- 40 g ongezouten roomboter
- 5 ml vanille-extract
- Eventueel ongeveer 5 ml neutrale olie om de platen dun in te vetten
Gebruik voor de eerste keer naturel kwark, zodat je de hoeveelheid suiker en vanille zelf bepaalt. Vanillekwark kan al gezoet zijn en verschilt per merk in dikte. Zet een ruime kom, een garde, een spatel en een rooster klaar. Je hebt geen mixer of blender nodig.
Welke kwark kun je gebruiken?
Volle kwark geeft deze wafels een zachte structuur en past bij de hoeveelheid boter in het recept. Roer eventueel afgescheiden vocht eerst door de kwark voordat je 250 g afweegt. Giet dat niet standaard af: daarmee verander je de verhouding tussen vocht en vaste bestanddelen.
Magere kwark kan ook, maar het resultaat kan wat minder romig en steviger worden. Behoud de boter en beoordeel de dikte voordat je meer melk toevoegt. Zeer stevige kwark vraagt soms wat extra vocht. Yoghurt en skyr zijn niet automatisch gelijkwaardige vervangers; daarvoor kunnen andere verhoudingen nodig zijn.
Kwarkwafels maken, stap voor stap
- Smelt de boter zachtjes en laat die lauwwarm worden. Verwarm ondertussen het wafelijzer volgens de handleiding. Bij een instelbaar apparaat is een middelmatige stand een bruikbaar beginpunt.
- Klop de eieren met de suiker los. Roer de kwark, 50 ml melk en de vanille erdoor. Voeg daarna de gesmolten boter toe en meng tot een gelijkmatige massa.
- Meng de bloem, het bakpoeder en het zout in een aparte kom. Spatel dit door het kwarkmengsel tot je geen droge bloem meer ziet. Het hoeft niet langdurig luchtig geklopt te worden.
- Laat het beslag 3 minuten staan. Een lepel beslag moet langzaam terugvallen en met een spatel gemakkelijk uit te strijken zijn. Blijft het erg stug, voeg dan 10 ml melk toe. Herhaal indien nodig tot maximaal ongeveer 30 ml extra.
- Vet de platen indien nodig heel dun in. Schep het beslag in het midden van elke vorm en verdeel het iets, zonder de randen helemaal te vullen. Duw het deksel niet met kracht naar beneden.
- Bak ongeveer 5–6 minuten per ronde. Wacht tot de wafels stevig zijn en vanzelf goed loslaten. Controleer de eerste wafel door hem door te snijden. De binnenkant hoort zacht maar gaar te zijn, zonder een glimmende, kleverige laag beslag.
- Leg de wafels los van elkaar op een rooster. Laat het wafelijzer opnieuw op temperatuur komen en bak de volgende porties. Serveer de wafels warm, met de topping pas op het laatste moment erbij.
Een nieuwe bakronde starten terwijl het ijzer nog onvoldoende warm is, kan zorgen voor bleke wafels die lastig loskomen. Als je wafels blijven plakken, kijk dan eerst naar voorverwarmen, gaarheid en de staat van de platen voordat je de samenstelling van het hele beslag verandert.
Zo houd je de binnenkant zacht, maar niet klef
Kwark brengt relatief veel vocht mee. Een grote hoop beslag heeft daardoor tijd nodig om in het midden te garen. Maak de volgende portie iets kleiner als de buitenkant al flink kleurt terwijl het midden nat blijft. Verlaag de stand wanneer dat mogelijk is en verleng de baktijd. Meer bakpoeder toevoegen lost een nat midden niet op.
Deze wafels zijn na het afkoelen niet zo hard als koekjeswafels. Ook vers uit het ijzer is een zachte kern normaal. Wil je vooral begrijpen waarom verschillende wafels anders uitpakken, dan laat het verschil tussen Brusselse en Luikse wafels zien hoe beslag, deeg en suiker de structuur beïnvloeden.
3 manieren om kwarkwafels te serveren
- Met 150 g verse aardbeien in stukjes en een beetje extra naturel kwark. Voeg beide pas toe als de wafel op het bord ligt.
- Met 200 g geschilde appel in kleine blokjes, rustig gebakken in 10 g boter met 1 g kaneel. Bak de appel in een aparte pan tot die zacht is en serveer warm.
- Met 40 g grofgehakte pure chocolade over de warme wafels. Laat de stukjes kort smelten voordat je ze eet.
Gebruik voor een hartige versie liever een daarop afgestemd recept. Het bestaande recept voor hartige wafels geeft daarvoor een geschikter vertrekpunt dan kaas en groenten toevoegen aan dit zoete kwarkbeslag.
Veelgestelde vragen
Kan ik dit beslag vooraf maken?
Je kunt de droge ingrediënten alvast afwegen, maar meng ze bij voorkeur pas met het kwarkmengsel wanneer je gaat bakken. Zo houd je beter controle over het rijsmiddel en de dikte. Vooruit bakken en de afgekoelde wafels verpakken is handiger dan het complete beslag lang laten staan.
Hoe warm ik overgebleven kwarkwafels op?
Verwarm ze zonder toppings, zodat het oppervlak kan drogen. Een oven of geschikt broodrooster geeft een ander resultaat dan de magnetron, waarin ze vooral zacht blijven. Volg voor gekoeld bewaren, invriezen en opwarmen de uitleg over wafels bewaren.



