Proteïnewafels, ook wel eiwitwafels genoemd, kun je maken door een afgewogen hoeveelheid eiwitpoeder in wafelbeslag te verwerken. In dit recept blijft tarwebloem de basis. Het poeder vult die basis aan; het vervangt niet alle bloem. Zo houd je ruimte voor de structuur en smaak van een gewone wafel, met een beetje olie voor een minder droge binnenkant.
De verhoudingen hieronder zijn bedoeld voor whey-eiwitpoeder met vanillesmaak. Het soort poeder doet ertoe: caseïne, plantaardige mengsels en een kant-en-klare proteïnepannenkoekenmix zijn geen identieke ingrediënten. Met de aanwijzingen voor de beslagdikte kun je kleine verschillen tussen wheymerken opvangen.
Ingrediënten voor ongeveer 6 proteïnewafels
Reken op 10 minuten voorbereiding en ongeveer 15 minuten bakken bij een ijzer voor 2 middelgrote wafels tegelijk. De totale bereiding duurt dan ongeveer 25 minuten. Een diep ijzer kan minder wafels geven en meer tijd per ronde vragen; een enkel ijzer vraagt meer rondes.
- 120 g tarwebloem
- 40 g whey-eiwitpoeder met vanillesmaak
- 6 g bakpoeder
- 1 g zout
- 2 eieren, maat M
- 180 ml melk, plus eventueel 10–30 ml extra
- 30 ml neutrale olie, bijvoorbeeld zonnebloemolie
- Eventueel ongeveer 5 ml extra olie om de platen in te vetten
Gebruik een weegschaal voor het eiwitpoeder. Een maatschep uit de verpakking is geen vaste gewichtsmaat en kan bovendien afgestreken of opgehoopt worden gevuld. Dit recept gebruikt 40 g poeder, niet 40 g pure eiwitten. De hoeveelheid eiwit in het eindresultaat hangt onder meer af van het merk poeder, de melk en de uiteindelijke portiegrootte.
Welk eiwitpoeder werkt in dit beslag?
Kies een gewone whey met een milde smaak die je ook los prettig vindt. De vanille en eventuele zoetstof uit het poeder bepalen voor een deel de smaak van de wafels. Daarom bevat het basisrecept geen extra suiker. Gebruik je ongezoete, naturel whey, dan kun je 15 g suiker door de droge ingrediënten mengen.
Vervang whey niet zomaar door dezelfde hoeveelheid caseïne: het beslag kan dan veel sterker indikken. Ook erwten- en andere plantaardige eiwitpoeders kunnen meer vocht vragen en een andere smaak geven. Een bakmix bevat vaak al meel en rijsmiddel. Daarvoor gebruik je de bereidingswijze op de verpakking in plaats van dit recept als uitgangspunt.
Zo bak je de eiwitwafels
- Verwarm het wafelijzer volgens de handleiding. Begin bij een regelbaar apparaat op een middelmatige stand. Zet alvast een rooster klaar, zodat de eerste porties na het bakken kunnen uitdampen.
- Meng de bloem, whey, het bakpoeder en het zout in een kom. Druk zichtbare klontjes eiwitpoeder met de achterkant van een lepel fijn voordat je vloeistof toevoegt.
- Klop de eieren met 180 ml melk en 30 ml olie los. Giet dit bij het droge mengsel en roer kort met een garde tot alles is opgenomen. Klop niet minutenlang door: een paar kleine klontjes zijn minder hinderlijk dan overmatig mengen.
- Laat het beslag 3 minuten staan en bekijk dan de dikte. Het hoort in een brede baan van de lepel te vallen. Blijft het stevig staan of is het nauwelijks te verdelen, meng er dan 10 ml melk door. Herhaal zo nodig, tot ongeveer 30 ml extra.
- Vet de platen alleen licht in als de handleiding dat toestaat. Vul de vormen niet helemaal tot de rand. Sluit het deksel rustig en bak ongeveer 4–5 minuten, afhankelijk van het apparaat en de dikte.
- Controleer of de wafel goudbruin is en gemakkelijk loslaat. Snijd de eerste wafel open: het midden mag zacht zijn, maar niet glazig of vloeibaar. Bak zo nodig langer. Verlaag bij de volgende portie de stand wanneer de buitenkant te snel donker wordt.
- Leg de gare wafels los van elkaar op het rooster. Laat het ijzer tussen de porties herstellen en bak vervolgens de rest van het beslag. Serveer bij voorkeur warm.
De algemene werkwijze voor bakken met een wafelijzer helpt als je nog niet weet hoeveel beslag de vormen van jouw apparaat aankunnen. Een kleinere eerste portie voorkomt dat een nog onbekend beslag over de rand loopt.
Waarom worden proteïnewafels soms droog?
Veel eiwitpoeder toevoegen is geen handige manier om dit recept te vergroten. Het verandert de verhouding tussen meel, vocht en vet. Houd voor een grotere hoeveelheid dezelfde verhouding aan en vermenigvuldig alle ingrediënten. Het vet weglaten terwijl de overige hoeveelheden gelijk blijven, geeft eveneens een ander bakresultaat.
Ook te lang doorbakken kan een stevige, droge wafel opleveren. Kijk daarom naar kleur, stevigheid en gaarheid, in plaats van iedere ronde automatisch extra minuten te geven. Wil je meer krokante randen, maak de porties iets dunner en laat ze uitdampen. In de uitleg over wafels die niet krokant worden lees je welke rol vocht en afkoelen spelen.
Toppings en vooruit bakken
Bij vanille passen verse aardbeien, blauwe bessen of een lepel naturel yoghurt. Houd een vochtige topping apart tot het moment van eten. Voor een chocoladesmaak kun je whey met chocoladesmaak gebruiken, maar begin dan met dezelfde hoeveelheid en beoordeel de dikte opnieuw. Voeg niet zonder verdere aanpassing grote hoeveelheden cacao toe: ook die nemen vocht op.
Wil je meerdere porties voorbereiden, bak ze dan volledig gaar en laat ze naast elkaar afkoelen. Verpak daarna per portie. Bewaren en opnieuw verwarmen doe je volgens de aanwijzingen voor zelfgebakken wafels bewaren. Verwacht na bewaren niet precies dezelfde structuur als direct uit het ijzer.
Veelgestelde vragen
Zijn eiwitwafels hetzelfde als wafels met opgeklopt eiwit?
Nee. Het woord eiwit kan zowel een voedingsstof als het witte deel van een ei betekenen. In dit recept gaat het om wafels met toegevoegd eiwitpoeder. Je gebruikt 2 hele eieren en hoeft het eiwit niet apart op te kloppen.
Kan ik het eiwitpoeder gewoon weglaten?
Niet zonder het beslag aan te passen: je haalt dan 40 g droog ingrediënt weg, terwijl de hoeveelheid melk gelijk blijft. Kies daarvoor liever een passend basisrecept, zoals Amerikaanse wafels, dan hoef je de verhoudingen niet zelf opnieuw uit te zoeken.



