Citroenwafels zijn frisse, zachte wafels waarbij de citroen al in het beslag zit. De meeste geur komt van fijn geraspte schil. Een afgemeten hoeveelheid sap geeft wat frisheid zonder het beslag onnodig dun te maken. Daardoor heb je geen dikke laag lemon curd nodig om de citroensmaak terug te proeven.
Dit recept gebruikt gewone bloem, melk, eieren en gesmolten boter. Je mengt het beslag met een garde en bakt de wafels direct. Ze smaken goed met blauwe bessen, maar die zijn een topping: het basisrecept blijft zonder fruitstukjes, zodat de wafels gelijkmatig kunnen bakken.
Ingrediënten voor ongeveer 8 citroenwafels
Reken op 10 minuten voorbereiding en ongeveer 25 minuten baktijd: 35 minuten in totaal. Dat is bij een ijzer waarin 2 middelgrote wafels tegelijk passen en ongeveer 5–6 minuten per ronde. Als je ijzer kleinere of juist erg diepe vormen heeft, veranderen opbrengst en baktijd.
- 250 g tarwebloem
- 8 g bakpoeder
- 50 g fijne kristalsuiker
- 1 g zout
- 1 citroen, voor de fijne rasp en 20 ml sap
- 2 eieren, maat M
- 250 ml melk
- 60 g ongezouten boter
- 5 ml vanille-extract
- Een beetje neutrale olie voor de platen, indien de handleiding dat voorschrijft
Kies voor de rasp bij voorkeur een citroen met een onbehandelde schil. Was en droog hem ook dan goed. Gebruik een fijne rasp, een maatlepel of kleine maatbeker voor het sap, 2 kommen, een garde en een rooster. Pers niet op gevoel een grote citroen helemaal uit boven het beslag.
Zo bak je citroenwafels
- Smelt de boter rustig en laat haar tot lauwwarm afkoelen. Verwarm het wafelijzer volledig voor op een geschikte bakstand volgens de handleiding.
- Rasp alleen het gele deel van de citroenschil. Draai de citroen regelmatig, zodat je niet steeds over hetzelfde witte stukje raspt. Pers daarna de citroen uit en meet 20 ml sap af.
- Wrijf de rasp kort met je vingertoppen door de suiker. Meng vervolgens bloem, bakpoeder en zout erdoor. Zo wordt de rasp over het droge mengsel verdeeld.
- Klop in een andere kom de eieren los met de melk, het citroensap en de vanille. Roer de lauwe boter erdoor.
- Voeg het vloeibare mengsel bij de bloem en roer kort met de garde. Stop wanneer er geen droge bloem meer zichtbaar is. Het beslag hoeft niet volledig gladgeklopt te worden.
- Vet het ijzer zo nodig dun in. Schep beslag in de vormen en laat bij de randen ruimte over. Sluit het deksel zonder extra te drukken.
- Bak de wafels ongeveer 5–6 minuten tot ze goudbruin zijn en gemakkelijk loslaten. Controleer de eerste wafel op gaarheid en pas de volgende ronde aan je ijzer aan.
- Leg de wafels los op een rooster. Bak de rest en voeg toppings pas toe wanneer je de wafels gaat eten.
Meer citroensmaak zonder meer vocht
Citroenen verschillen in grootte en hoeveelheid sap. Daarom wordt het sap afgemeten, terwijl je de fijne gele rasp van de vrucht gebruikt. Wil je een wat uitgesprokener aroma, voeg dan maximaal 1 extra theelepel rasp toe. Meer sap toevoegen is niet de meest gerichte manier: je verandert dan ook de dikte en zuurgraad van het beslag.
Het witte gedeelte onder de gele schil kan bitter smaken. Rasp dus oppervlakkig en draai de vrucht zodra het gele laagje weg is. Een grove rasp levert eerder lange slierten op; een fijne rasp verdeelt de geur gelijkmatiger zonder grote stukjes schil in de kruim.
Een flesje citroensap kan de afgemeten 20 ml vers sap vervangen, maar vervangt niet de geur van de schil. Citroenaroma heeft weer een andere sterkte. Wil je dat gebruiken, volg dan de dosering op de verpakking in plaats van het sap volume voor volume te vervangen.
Melk, citroen en bakpoeder combineren
Melk kan na contact met citroensap wat korrelig worden. Bij dit beslag is dat op zichzelf geen teken dat het mislukt is. Gebruik verse ingrediënten en meng het vloeibare deel vervolgens door de bloem. Je hoeft het beslag niet weg te gooien omdat de melk na het toevoegen van sap minder egaal oogt.
Voeg ook geen extra bakpoeder of zuiveringszout toe om de citroen te compenseren. De aangegeven 8 g bakpoeder hoort bij de 250 g bloem. Wie vaker met een frisse zuivelbasis wil bakken, kan ook het afzonderlijke recept voor karnemelkwafels gebruiken; daarvoor gelden eigen ingrediëntenverhoudingen.
Worden de wafels snel donker maar blijven ze binnenin nat, zet het ijzer dan iets lager en verleng de baktijd. Vul de vormen minder royaal. Meer uitleg over de bakstand en hoeveelheid beslag vind je bij bakken met een wafelijzer.
Variëren met maanzaad of blauwe bessen
Voor citroen-maanzaadwafels meng je 10 g maanzaad door de droge ingrediënten. Laat de overige hoeveelheden gelijk. Het maanzaad geeft kleine knapperige puntjes, zonder dat je een nieuwe basis hoeft samen te stellen.
Blauwe bessen zijn het eenvoudigst als topping. Wil je ze door het beslag, spatel dan maximaal 75 g kleine verse, gewassen en goed drooggedepte bessen er als laatste door. Houd rekening met sapplekjes en iets meer schoonmaakwerk. Een combinatie van zowel veel bessen als extra sap maakt de wafel onnodig vochtig.
Serveer met naturel yoghurt en fruit, of maak er met een kleine lepel lemon curd een zoeter dessert van. Laat overgebleven wafels zonder topping volledig afkoelen. Verpak ze pas daarna en warm ze later zonder yoghurt of fruit op. Bij wafels bewaren en invriezen vind je geschikte manieren om een extra portie voor later apart te houden.



