Een wafelijzer gebruiken begint met goed voorverwarmen, de juiste hoeveelheid beslag en voldoende baktijd. Vooral bij de eerste bakbeurt is het verleidelijk om steeds onder het deksel te kijken. Daarmee onderbreek je juist het bakken en kan een nog zachte wafel uit elkaar trekken. Met een vaste werkwijze leer je snel welke instelling bij jouw apparaat en recept past.
Er bestaat geen temperatuur of baktijd die voor ieder wafelijzer klopt. Dunne hartjeswafels, diepe Brusselse wafels en suikerwafels vragen iets anders van de bakplaten. Gebruik de aanwijzingen van je apparaat als uitgangspunt en pas daarna kleine dingen aan.
Maak het apparaat klaar voor de eerste bakbeurt
Haal alle verpakkingsmaterialen weg en controleer of er beschermfolie of stickers op de bakplaten zitten. Reinig de delen die met eten in aanraking komen volgens de handleiding. Bij vaste platen gebeurt dat meestal met een zachte, licht vochtige doek; losse platen hebben hun eigen reinigingsinstructies. Alles moet droog zijn voordat je gaat bakken.
Zet het apparaat op een vlakke, droge en hittebestendige ondergrond. Houd ruimte rondom en boven het deksel vrij, zodat warmte en stoom weg kunnen. Leg het snoer buiten het bereik van de hete platen en zorg dat het niet over de rand van het werkblad hangt. Plaats een elektrisch wafelijzer nooit op een kookplaat.
Sommige fabrikanten schrijven een aparte eerste opwarmbeurt zonder beslag voor. Voer die alleen uit zoals beschreven. Blijvende rook, een beschadigd snoer of een brandlucht uit de behuizing zijn redenen om te stoppen, de stekker uit het stopcontact te halen en het apparaat te laten controleren.
Voorverwarmen: kijk naar de betekenis van het lampje
Verwarm het wafelijzer voor met gesloten deksel, tenzij jouw gebruiksaanwijzing anders aangeeft. Kies de voorgeschreven beginstand of een middenstand wanneer het apparaat alleen een bruiningsregelaar heeft. Zo houd je ruimte om het resultaat donkerder of lichter te maken.
Een brandend lampje betekent niet altijd dat je kunt beginnen. Het ene lampje geeft aan dat er stroom is, het andere dat de ingestelde temperatuur is bereikt. Ook het uitgaan van een lampje kan juist het gereedsignaal zijn. Kijk dit vooraf na; een nog lauw ijzer geeft andere resultaten dan een volledig voorverwarmde bakplaat.
Bij een apparaat zonder gereedsignaal volg je de voorverwarmtijd uit de handleiding. Ga niet op gevoel aan de platen voelen en spetter er geen water op om de hitte te testen.
Moet je een wafelijzer invetten?
Dat hangt af van de baklaag, het recept en het advies van de fabrikant. Sommige platen vragen een dun laagje olie vóór de eerste wafel, andere hebben bij een passend beslag nauwelijks extra vet nodig. Een antiaanbaklaag betekent dus niet automatisch dat invetten altijd overbodig is.
Als invetten wordt aangeraden, gebruik dan een kleine hoeveelheid geschikt bakvet en een hittebestendig kwastje. Verdeel het dun over de groeven. Gebruik geen bakspray wanneer de fabrikant die afraadt: zo’n spray is niet voor iedere coating geschikt. Een laagje vet op de plaat vervangt bovendien niet het vet dat volgens het recept in het beslag hoort.
Hoeveel beslag moet erin?
Begin met de hoeveelheid uit de handleiding of de bijgeleverde maatbeker. De inhoud van bakplaten verschilt te veel om overal dezelfde soeplepel te gebruiken. Dun beslag verspreidt zich anders dan een stevig deegbolletje. Voor Brusselse wafels werk je met gietbaar beslag, terwijl je voor Luikse wafels porties deeg neerlegt.
Schep het beslag rustig op de daarvoor bedoelde plek en sluit het deksel zonder het hard aan te drukken. Bij gewone horizontale platen is dat meestal rond het midden. Een verticaal wafelijzer met een vulopening heeft een andere werkwijze: gebruik daarvoor uitsluitend geschikte beslagsoorten en de voorgeschreven vulmethode.
- Loopt beslag langs de buitenkant? Gebruik bij de volgende wafel minder.
- Blijven grote delen van de vorm leeg? Verhoog de portie een beetje of verdeel het beslag beter.
- Is alleen de bovenkant bleek? Controleer de vulling, de sluiting en de baktijd voordat je extra beslag toevoegt.
Gebruik daarna steeds dezelfde maat. Daarmee maak je de wafels gelijkmatiger en kun je beoordelen of een verandering door de temperatuur of door de hoeveelheid beslag komt.
Hoe lang moet een wafel bakken?
Reken op de tijd die bij het recept en apparaat wordt genoemd. De aanduiding is een startpunt: de diepte van de plaat, de samenstelling van het beslag en de gewenste kleur beïnvloeden het resultaat. Een timer op het apparaat kan simpelweg aftellen en meet niet bij ieder model of de binnenkant gaar is.
Laat het deksel tijdens het eerste deel van de baktijd dicht. Open pas wanneer het voorgeschreven signaal klinkt of de aangegeven baktijd is verstreken. Minder stoom kan helpen om het bakproces te beoordelen, maar is op zichzelf geen bewijs dat de wafel gaar is.
Til het deksel voorzichtig op aan de handgreep en houd je gezicht weg van de ontsnappende stoom. De wafel hoort stevig genoeg te zijn om uit de plaat te komen, zonder vloeibaar beslag in het midden. Geef een nog zachte wafel wat extra tijd. Haal hem eruit met keukengerei dat de coating niet beschadigt.
Maak van de eerste wafel een bruikbare proef
Noteer de stand, portie en baktijd van de eerste wafel. Verander daarna 1 ding tegelijk. Is hij te donker maar vanbinnen nog niet goed gebakken, kies dan een lagere stand en meer tijd. Een bleke, gare wafel kan meestal een iets langere bakbeurt gebruiken.
Laat het apparaat tussen bakrondes zo nodig opnieuw op temperatuur komen. Wil je een hele stapel vooruit bakken, leg de wafels dan niet meteen op elkaar: opgesloten stoom maakt de buitenkant zacht. De aanpak voor wafels bewaren en later opwarmen hangt af van het soort wafel dat je maakt.
Schakel het ijzer na de laatste wafel uit, haal de stekker uit het stopcontact en laat het veilig afkoelen. Maak de platen na gebruik schoon volgens de handleiding, zodat oude beslagresten de volgende bakbeurt niet verstoren.



